Het Stabat Mater van Pergolesi door Concerto Köln o.l.v. Peter Dijkstra m.m.v. Johannette Zomer (sopraan) en Maarten Engeltjes (countertenor). Opname 25 maart 2012, Grote Zaal Concertgebouw Amsterdam.
| Stabat mater dolorosa Iuxta crucem lacrimosa, Dum pendebat filius. Cuius animam gementem Contristatam et dolentem Pertransivit gladius. |
Naast het kruis, met schreiende ogen Stond de moeder, diep bewogen Toen de Zoon te sterven hing, En haar door het zuchtend harte, Overstelpt van wee en smarten, ‘t Zevenvoudig slagzwaard ging. |
| O quam tristis et afflicta Fuit illa benedicta Mater unigeniti Quae maerebat et dolebat. Et tremebat, cum videbat Nati poenas incliti. |
O hoe droef, hoe vol van rouwe, Was die zegenrijkste vrouwe, Moeder van Gods ene Zoon! Ach, hoe streed zij! ach, hoe kreet zij, En wat folteringen leed zij, Bij ‘t aanschouwen van die hoon! |
| Quis est homo qui non fleret, Matrem Christi si videret In tanto supplicio? Quis non posset contristari, Piam matrem contemplari Dolentem cum filio? |
Wie, die hier niet schreien zoude, Als hij ‘t grievend leed aanschouwde, Dat Maria’s ziel verscheurt? Wie kan, zonder mee te wenen, Christus’ moeder horen stenen, Nu zij met haar zoon hier treurt? |
| Pro peccatis suae gentis Vidit Iesum in tormentis Et flagellis subditum. Vidit suum dulcem natum Moriendo desolatum Dum emisit spiritum. |
Voor de zonden van de zijnen Zag zij Jezus zo in pijnen, En de wrede geselstraf, Zag haar lieve Zoon zo lijden, Heel alleen de doodskamp strijden, Totdat Hij zijn geest hergaf. |
| Eia mater fons amoris, Me sentire vim doloris Fac ut tecum lugeam. Fac ut ardeat cor meum In amando Christum Deum, Ut sibi complaceam. |
Geef, o Moeder! bron van liefde, Dat ik voel, wat U zo griefde, Dat ik met U medeklaag. Dat mij ‘t hart ontgloeit van binnen, In mijn Heer en God te minnen, Dat ik Hem alleen behaag. |
| Sancta mater, istud agas, Crucifixi fige plagas Cordi meo valide. Tui nati vulnerati Tam dignati pro me pati, Poenas mecum divide! |
Heil’ge Moeder, wil mij horen, Met de wonden mij doorboren, Die Hij aan het kruishout leed. Ach, dat ik de pijn gevoelde, Die uw lieve Zoon doorwoelde, Toen Hij stervend voor mij streed. |
| Fac me vere tecum flere, Crucifixo condolere, Donec ego vixero. Iuxta crucem tecum stare Te libenter sociare In planctu desidero. |
Mocht ik klagen al mijn dagen, En zijn plagen waarlijk dragen, Tot mijn jongste stervenssmart. Met U onder ‘t kruis te wenen, Met uw rouw mij te verenen, Dat verlangt mijn zuchtend hart. |
| Virgo virginum praeclara, Mihi iam non sis amara, Fac me tecum plangere. Fac ut portem Christi mortem, Passionis eius sortem Et plagas recolere. |
Maagd der maagden! nooit volprezen, Wil voor mij niet bitter wezen, Laat mij treuren aan uw zij, Laat mij al de wrede plagen, En de dood van Christus dragen, Laat mij sterven zoals Hij. |
| Fac me plagis vulnerari, Cruce hac inebriari Ob amorem filii, Inflammatus et accensus, Per te virgo sim defensus In die iudicii. |
Laat zijn wonden mij doorwonden, Worde ik bij zijn kruis verslonden In het bloed van uwen Zoon. Moge ik in het vuur niet branden, Neem, o Maagd, mijn zaak in handen In het oordeel voor Gods troon. |
| Fac me cruce custodiri, Morte Christi praemuniri, Confoveri gratia. Quando corpus morietur Fac ut animae donetur Paradisi gloria. Amen. (Alleluia.) |
Christus, moge ik eens behalen, Als mijn levenszon gaat dalen, Door uw Moeder, palm en prijs. En als ‘t lichaam dan zal sterven, Doe mijn ziel de glorie erven Van het hemels paradijs. Amen. (Halleluja) |
Kruisiging met H. Maria en H. Johannes Evangelist – Antonio Da Firenze




